John Coffey
Het gaat hard met het Nederlandse John Coffey. De debuutplaat werd lovend ontvangen en ook de reacties op de releaseshow waren overdonderend. De band kon dus ook niet ontbreken op ROARFest en staat hier zelfs als headliner. Het zijn drukke tijden, maar hoe gaat het eigenlijk met de band zelf? We vonden het de hoogste tijd om ons een paar dagen niet te scheren, onze houthakkersblouse aan te trekken en met gitarist Alfred van Luttikhuizen de kroeg in te duiken.
Afred heeft toevalligerwijs dezelfde studie gevolgd als degene die ik nu doe, maar na het even daarover te hebben gaan we toch maar over op de band. Na een vrij druk jaar is het natuurlijk een makkelijke binnenkomer om te vragen hoe het nou eigenlijk met John Coffey gaat, vooral na de releaseshow in de Ekko. Alfred: “Ja de release show, daar hebben we anderhalf jaar naartoe gewerkt. Dus het was echt do or die, de dood of de gladiolen. Of we koppen anderhalf jaar werken supergoed in, of we verklooien het en we gooien het allemaal weg. Maar met de band gaat het relaxt, maar we moeten wel even hergroeperen want nu begint het pas echt.”
Vorig jaar rond deze tijd zat de band in de studio en Alfred heeft een middag via youtube Mandoline-lessen genomen. Bij de releaseshow kon hij dit natuurlijk niet doen en daarom hebben ze de mannen van Tangerine opgetrommeld. De sfeer in de volgepakte Ekko was ‘overwhelming’: “Als je dan opkomt en de mensen beginnen te schreeuwen, je hoort die mandoline en de banjo, dan heb je echt zoiets van ‘woow, dit is mijn feestje!’ Ja dat is echt kicken.”
Aan Vanity hebben de mannen driekwart jaar geschreven: “ Eind 2007 zijn er begonnen, maar pas laat op gang gekomen. Toen de zomervakantie in 2008 er was hadden we zoiets van: “Shit, we gaan alweer bijna de studio in!’ Dus toen hebben we een tourtje gedaan in Europa, en overal werd goed op gereageerd.” Daarna heeft de band minimaal vier keer per week geoefend voor de studiotijd, maar niet alleen dat: “De zaterdag voordat we de studio indoken, speelden we met The Chariot, een van m’n favoriete bands. Toen daar door alle kritische lui goed op onze sound werd gereageerd, hadden we echt het gevoel dat het goed ging komen.”
De band heeft drieëneenhalve week bij Martijn Groeneveld in de studio gezeten, een producer die wel meer Sally platen heeft gedaan. Ze hebben zich helemaal in het zweet gewerkt, maar ze zijn daarbij ook flink geholpen door Groeneveld. Hij heeft niet zozeer z’n stempel op de inhoud gedrukt, maar vooral qua planning. Maar Alfred vind wel dat het taboe eraf moet dat producers geen invloed kunnen hebben op een plaat: “Kijk maar eens naar The Black Album van Metallica. Al die zanglijnen, denk je dat James Hetfield dat ooit heeft kunnen bedenken? No way! Dat was allemaal de invloed van Bob Rock. Maar dat was op die plaat nog prima.”
“De rode draad van de plaat, dat is de kogel die we er door heen geschoten hebben. Het thema van de plaat is ijdelheid, arrogantie. We hadden echt zoiets: ‘Hoe kun je je eigen ijdelheid nou kapot maken?’ De plaat bouwt zich heel erg op, van arrogantie, maar we laten onszelf ook op onze bek gaan hoor.” Vanity is geen concept plaat, maar wel conceptueel. “Het is echt een heel proces geweest.”
De keuze voor Sally Forth was niet moeilijk: “Sally Forth is gewoon een kwaliteitlabel. Dat weet ik vanuit m’n werk voor Kink FM. En als je dan hoort dat ze geïnteresseerd zijn, ja, dat is bijna surrealistisch. Andere belangrijke redenen zijn het familiegevoel, en dat ze een eerlijk label zijn. Ze waren direct duidelijk tegen ons dat we veel zelfs moesten doen. En ik hoop dat mensen ons blijven herinneren als een echte, pure en vooral rauwe band.”
Evenals labelgenoot The Spirit That Guides Us is punkband Refused een grote invloed voor de sound: “De band wat ons betreft is Refused. Ze hebben mijn manier van muziek maken zo beinvloed, dat ik hun de credits moet geven dat ik überhaupt nog muziek maak. The Shape of Punk to Come is wat mij betreft misschien wel de beste plaat ooit gemaakt. Super arrogant, maar zo goed want ze maken alles waar.” Maar ook Silver, Maylene and the Sons of Disaster, Everytime I Die zijn invloeden van de band. “De muzikant die mijzelf het meest heeft beinvloed is Josh Scogin, de screamer van The Chariot en het was echt absurd dat wij voor ze mochten openen vorig jaar.”
Alfred heeft zo ook z’n fanboy momenten: “Ik heb ooit Tom Morello mogen interviewen en toen had ik echt zoiets dat de eerste fotograaf die ik tegenkwam aansprak en zei ‘Je moet mij en Tom nu op de foto zetten!’ Ik heb dezelfde versterker, dezelfde pedaaltjes, hij is echt een heldengitarist.” Andere invloeden voor de band in z’n geheel zijn onder andere Smashing Pumpkins, Deftones, Radiohead en System of a Down. De een wat meer dan de ander. “Tot m’n zestiende wou ik alleen maar Metallica luisteren, en daarna ben ik veel meer ander werk gaan waarderen.”
Het promo-exemplaar van de plaat was helemaal doorboord, ‘Vanity got shot in the eye last night’. Waar komt dat weg? Alfred: “dan kwam onze gitarist ineens mee en de rest van de band zag dit voor zich. We hebben zelfs mailtjes gehad van een jongen van Festivalinfo, die onze persman mailde dat z’n cd kapot was en dat de envelop brandplekken had en hij vroeg of hij wel even een nieuw exemplaar kon krijgen.” Maar hij vond het wel eng om een kogel door de plaat te schieten.
De bandnaam komt van de film The Green Mile, een film die de band heel erg aanspreekt. Ook dit kwam bij de andere gitarist vandaan, want het personage John Coffey is een grote man met een klein hartje. “Zo zijn wij ook”, aldus Alfred. Als afsluiter vraag ik de inmiddels befaamde schoenmatenvraag: “Ik wil eerst weten wat je ermee gaat doen, anders zeg ik het niet. Haha, maar ik heb maat 44.”












februari 7th, 2010 - 19:14
Haha, hoe dom kun je zijn. Dat het expres is gedaan is toch wel echt duidelijk hoor!