Hoe kan het dat een van de meest sucesvolle screamo / post-hardcorebands van de afgelopen paar jaar vandaag in Nederland zijn eerste headline clubshow in vijf jaar speelt? Want ondanks het feit dat de band steeds erg dicht in de buurt kwam (shows in België, Duitsland etc) speelt Underoath op 17 maart zijn eerste officiële headlineshow sinds ze in februari 2005 diezelfde Melkweg en de wijlen Goudvishal aandeden. Duidelijk is in ieder geval dat de fans na deze lange tijd van wachten gretig zijn geweest in de aanschaf van tickets, getuige het weken van tevoren uitverkopen van de show.
Nadat John Coffey, reeds uitvoerig besproken op deze site, het publiek mag opwarmen is het tijd voor special guest Architects. Ondanks de titel ‘special guest’ is de band slechts in staat om een nummertje of zeven te spelen. De band uit Brighton bracht vorig jaar Hollow Crown uit, een plaat waarmee ze duidelijk afstand namen van de eerder gebruikte mathcore-invloeden. De band zelf is duidelijk ook in zijn sas met het plaatje: vanavond spelen ze uitsluitend werk van dat Hollow Crown.
Het publiek reageert enthousiast op nummers als ‘Dethroned’ en ‘Early Grave’ en na een paar nummers melden de eerste stagedivers zich. Zanger Sam Carter laat na ongeveer ieder nummer weten dat er meer gepit en gestagedived moet worden, maar dit kan niet verbloemen dat de show enigszins routineus aandoet. Verder helemaal niet erg en heel begrijpelijk, de band tourt al maanden non-stop, maar eens een oud nummertje tussendoor spelen zou helemaal geen overbodige luxe zijn.
Voor de hoofdact zijn begrijpelijkerwijs de verwachtingen hooggespannen. Even over tien komt de band op en beukt er meteen goed in met ‘The Only Survivor Was Miraculously Unharmed’, van hun meest recente langspeler Lost In The Sound Of Seperation. Want net als Architects speelt de band vandaag veel werk van hun laatste plaat, op de setlist wel (slim / bewust?) omgewisseld met steeds een oud nummer. Dus: nieuw-oud-nieuw-oud. De nieuwe nummers zijn live ijzersterk maar als zanger Spencer Chamberlain voor het vierde nummer aankondigt dat er een oud nummer aan zit te komen gaan de handen op elkaar. ‘Young and Aspiring’ van (volgens velen UO’s magnum opus) They’re Only Chasing Safety wordt ingezet en de Oude Zaal gaat los.
Drijfveer van de band is Aaron Gillespie, de ontzettend begaafde drummer en enige originele overgebleven bandlid. Door zijn excentrieke drumstijl weet hij de hardere nummers naar een nog hoger niveau te tillen, zeker live. Maar naast het stevige werk vallen ook de rustigere nummers van de set, ‘Casting Such A Thin Shadow’ en afsluiter ‘Too Bright To See, Too Loud To Hear’ op in positieve wijze. Hierin laat Underoath zien dat ze meer kunnen dan rammen en komt de gelaagdheid die we kennen van hun albums beter uit de verf dan bij de hardere tracks.
Wat wel moet worden opgemerkt is dat erg opvallend veel technische mankementen zijn. Omvallende floortom hier, kapotte gitaar daar, uitvallende versterker zus, pedaalproblemen zo. Gek voor een band van headline formaat en de crew zou zich dan ook moeten schamen. Werkelijk in ieder nummer gebeurt er wel iets en roadies moet constant stand-by staan.
Als de band voor de eerste keer afgaat weet iedereen natuurlijk dat het nog niet gedaan is, en na een seconde of 20 staat de band alweer op het podium. Ondanks de vele sterke nummers in de set hebben ze ‘It’s Dangerous Business Walking Out Your Front Door’ en ‘Writing On The Walls’ tot het eind bewaard en dat blijkt een gouden zet. De kers op de taart, de gedroomde afsluiting. Nog één keer geeft de Melkweg alles.
Underoath levert vanavond een heel erg sterk en overtuigend optreden af. Chamberlain meldt halverwege dat de band bezig is met een nieuwe plaat. Laten we in ieder geval hopen dat het niet wéér vijf jaar duurt voordat ze terugkomen.
Foto’s volgen

















