Voor de liefhebbers van metal biedt de tweede dag van Paaspop een veel interessantere line-up dan de eerste dag. Waarbij de eerste dag een verscheidenheid van alternatieve hardrock bands heeft laten zien, staat er op dag twee een aantal grote namen uit de metalwereld. Zweden is hierbij goed vertegenwoordigd, zo zien we Entombed, Arch Enemy en Opeth. Voor een goed aantal toeschouwers zijn het deze Zweedse acts die Paaspop 2010 interessant maakt.
De dag begint echter met psychedelische rock. DeWolff, een driekoppige Nederlandse act, heeft de eer om rond het begin van de middag de festivaldag te openen. Origineel zouden The Shavers hier staan, maar redelijk kort voor het begin van het festival werd bekend dat de band toch niet zou spelen. DeWolff maakt een rauw, psychedelisch geluid met slechts een drumstel, een gitaar en een keyboard. Met verwoede bewegingen probeert de band het brakke publiek te laten bewegen en het gevoel van de muziek te laten overkomen. Dat blijkt nog een lastig karwei, ook doordat veel mensen nog niet wakker zijn. Vooral de toetsenist beweegt erg heftig, haast tot het vreemde af, maar uiteindelijk komt de band maar redelijk over, ondanks een boeiend geluid.
DeWolff
Wat dat betreft doet Entombed het een stuk beter. De Zweedse death metal act is al meer dan twintig jaar beter, wat ook te merken is aan het uiterlijk van frontman Lars Göran Petrov. De man is door de jaren heen wel wat kilo’s aangekomen en is wat kaler geworden, maar het is allemaal niet te merken aan de vocalen. De Scandinaviër grunt met een expertise die komt met de jaren. Daarbij heeft Entombed al zo veel albums gemaakt dat ze weten welke nummers wanneer werken en welke niet. Het publiek warmt dan ook al snel op de Zweedse death ‘n’ roll, een genre dat death metal combineert met andere elementen, waaronder punk en hardcore. Ook is het goed om te horen dat het geluid redelijk goed in orde is, waardoor elke riff goed genietbaar is.
Entombed
Daarna is het de beurt aan Infectious Grooves. De band wordt aangekondigd door de vergelijking te trekken met moederact Suicidal Tendencies. Ook al zijn de twee bands innig met elkaar verbonden door de bijna identieke line-up, het geluid is toch behoorlijk anders. Met een flinke dosis humor maakt Infectious Grooves funk metal. In de praktijk betekent dat eigenlijk alsof het hele optreden klinkt als een vrolijke, ruige, metaljam. Vooral de gitaristen zorgen voor de goede sfeer bij de band, door de zinderende grooves en solo’s. Voor het publiek valt er goed te bewegen op de grooves, zeker als het bekende nummer ‘Immigrant Song’ langskomt, origineel van Led Zeppelin. De zwakkere link van de band is toch eigenlijk ook hier de frontman, al blijkt het wel dat Mike Muir’s stem verbazingwekkend goed bij de band. Hij heeft echter tijd nodig om goed in te komen en valt soms een beetje weg. Het stoort de pret gelukkig niet erg veel.
Infectious Grooves
Een van de beter bekende acts van de dag is de daaropvolgende act, Arch Enemy. De Zweedse melodische death metal act gaat er vanuit dat er maar weinig mensen zijn die de band echt kennen. Frontvrouwe Angela Gossow zegt al snel dat het publiek niet moet verwachten dat de band zacht speelt omdat ze een vrouw is, en gelijk heeft ze, zoals iedereen die de band al kent goed weet. Het mag dan een aantrekkelijke vrouw zijn, het is ook een stoere en ruige vrouw die zich staande houdt in het mannelijke metalwereld met een grunt die maar weinig haar na kunnen doen. Ook live blijkt haar stem geheel foutloos. Terwijl de rest van de band in vergelijking haast statisch overkomt, ook al zijn de gitaristen dat zeker niet, beweegt mevrouw Gossow flink op en neer en laat geluiden van diep in haar keel horen, wat prima past bij de rest van de band. Het is verrassend dat er maar relatief weinig van het laatste album wordt laten horen. De band heeft er blijkbaar voor gekozen om een diverse setlist te laten horen en dat is misschien maar beter ook: nummers als ‘Ravenous’ zijn bewezen om live zeer sterk te zijn.
Arch Enemy
Triggerfinger is alweer de een-na-laatste band van de dag in de Masters of Rock tent. Deze Vlaamse stoner rockers zijn internationaal misschien nog niet eens zo groot, maar in België en Nederland hebben ze zich onderhand zeker bewezen. Dat blijkt wel uit de redelijk late tijd dat de band speelt, ook al hebben de mannen nog niet eens zo veel albums achter de rug. Het drietal moet het vooral hebben van een energiek, vurig optreden, iets wat ook grotendeels de verdienste is van de flamboyante zanger en gitarist Ruben Block. Het gitaarwerk is zinderend en de vocalen van de zanger zijn verbluffend. Niet iedereen houdt van doe hoge uitvallen hier en daar, maar het zorgt voor Triggerfinger’s unieke geluid, want anders zou dit slechts een normale stoner rock band zijn. Om het optreden nog een extra beetje glans te geven komt zelfs nog een chauffeur van de band op het podium om een getalenteerd stukje mondharmonica te laten horen bij een nummer. Triggerfinger laat een zeer vloeiend, dynamisch optreden zien die flink leunt op de kunsten van frontman Ruben Block, maar in elk geval zeer sterk klinkt.
Opeth
Dan is het tijd voor Opeth, de band waar in theorie veel mensen op af zouden moeten komen. Het is niet voor niets zo dat de band samen Dream Theater in het Ahoy kon staan. Vreemd genoeg is het echter bijzonder leeg bij het optreden. Blijkbaar zijn er al veel naar huis vertrokken deze zondagavond, of wellicht zijn er erg veel meer geïnteresseerd in feestband BZB. Dat is zonde, want het zorgt er al snel voor dat Mikael Åkerfeldt in een slechte bui raakt. Technisch gezien is er niks aan het optreden aan te merken, maar aan de woorden zo nu en dan is te merken dat de band teleurgesteld is in een publiek als dit. Eigenlijk ook wel met recht, het is een stuk minder dan verwacht mag worden. Er zijn echter genoeg fanatieke fans aanwezig - waaronder blijkbaar twee aantrekkelijke dames – om uiteindelijk te zorgen dat de sfeer weer beter wordt, ondanks dat er op één moment zelfs een flinke plens bier over Mikael Åkerfeldt komt. De band speelt, ter ere van het twintig jarig bestaan van Opeth, zo ongeveer één nummer van elk album. Zo zijn er ook oude nummers als ‘April Ethereal’, ‘The Moor’ en ‘Advent’ te horen naast nieuwere nummers als ‘The Lotus Eater’ en ‘Harlequin Forest’. Op het geluid en technisch spel van de band is zoals altijd niks aan te merken. De rustigere stukken worden met professioneel gemak afgewisseld met brute stukken, waarbij zowel grunts als cleane vocalen precies zijn zoals het hoort. Het is echter een gebrek aan echte enthousiasme van zowel band als publiek – voorbij de eerste paar rijen – die dit toch een teleurstelling maken.



















Je kunt geen reactie achterlaten.