Kula Shaker, de psychedelische rockers uit het Verenigd Koninkrijk zijn terug met hun nieuwste album Pilgrim’s Progress. Progressie is niet alleen voorbehouden aan pelgrims getuige de sublieme collectie van mooie liedjes. Vergeet de Hindoe Goden, vergeet ‘Hush’, vergeet alles, zet deze plaat op en droom weg.
Kula Shaker is vooral bekend van de hits uit de jaren ‘90 zoals ‘Tattva’, ‘Govinda’ en het eerder genoemde ‘Hush’, een vertolking van Billy Joe Royal en bekend geworden door de uitvoering van Deep Purple. Hierna verdwenen meewerkend voorman Crispian Mills en zijn mannen van het toneel en werd de band opgeheven in de hersfst van 1999.
Aanvankelijk doordrenkt met Indiase invloeden nemen de heren ons na de hereniging in 2004 mee op een tocht door meer hedendaagse klanken. Studio album nummer vier, nummer twee na de hereniging, opent met, ‘Peter Pan R.I.P’, tevens eerste single en voorzien van een amusante videoclip. Een beetje herfstachtig qua sfeer maar goed te pruimen in de zomer. In ieder geval potentie genoeg voor airplay alhoewel ik niet verwacht dat de grote stations ‘m groots oppikken. Giel Beelen bewees echter al het tegendeel in zijn ochtendshow waar de heren live en akoestisch de nieuwe single ten gehore brachten.
Pilgrim’s Progress heeft een rustiger, donker en minder psychedelisch karakter dan voorganger Strangefolk. Weinig opsmuk, een gitaar, een lichte drumpartij en af en toe een strijkersectie. Misschien hebben de Belgische Ardennen, waar de opname studio gesitueerd is, invloed gehad. Het klinkt sober en meer ingetogen. ‘Ophelia’, ’All Dressed Up’, ‘Cavalry’ en ‘Ruby’ geven deze soberheid klasse. Toch is dit geen andere ommekeer in muzikale richting. Sowieso zorgen de typische vocale harmonieën van Mills voor een volwaardige Kula Shaker release.
De meer up-tempo nummers ‘Modern Blues’ en ‘Figure It Out’ zorgen ervoor dat de ongeruste Kula Shaker-fan opgelucht adem kan halen. De Indiase instrumenten zijn van zolder gehaald en zorgen dat deze traditie in ere wordt gehouden. ‘To Wait Till I Come’ is het meest experimentele nummer van dit album. Een sfeervolle melodie met een vervormde zanglijn zou een trip zonder LSD kunnen opleveren. Een instant tripje weliswaar. Hekkensluiter ‘Winters Call’ zorgt voor een wonderschoon en theatraal eind van deze plaat.
Zoals gezegd rustiger dan diens voorganger en meer een soundtrack van de herfst. De release had dus ook best in het najaar mogen plaatsvinden maar dan zou je wel nog langer moeten wachten op deze bijzondere plaat. Dus gewoon draaien op een regenachtige zomerdag. Een zonnige dag is natuurlijk ook goed.
Score: 



















Je kunt geen reactie achterlaten.