Pukkelpop 2010: dag 2 @ Festivalterreinen Kiewit, Hasselt

Door Marcel Kamphuis, Twan Scheffers, Caroline Westendorp, Guido Segers en Willem Schutte 23 augustus 2010 Reageren uitgeschakeld

pukkelpop Pukkelpop 2010: dag 2 @ Festivalterreinen Kiewit, HasseltOok de tweede dag van Pukkelpop heeft heel veel moois te bieden voor de muziekliefhebbers. Tenminste, als je een beetje tijdig je tent weet uit te kruipen want het feestje begint al vroeg met onder andere Henry Rollins, Mumford & Sons, the xx, Limp Bizkit en The Prodigy. Toch zal later ook blijken dat deze dag ook een donkere kant heeft. Frontman Charles Haddon van de synthpop band Ou Est Le Swimming Pool pleegde na het optreden van de band zelfmoord op het parkeerterrein. Iets waar de meeste bezoekers echter geen weet van hebben, dus voor bijna iedereen gaat het feest gewoon door.

Oude punkfanaten staan vrijdag rond het middaguur in de Marquee. Daar maakt Henry Rollins, de tweede zanger van legendarische punk-hardcoreband Black Flag, zijn opkomst. Waar Henry eerst gekenmerkt door zijn rebelse en tegendraadse attitude, omarmt hij nu het publiek met wijsheid en motivatie om met muziek de wereld te verbeteren. Het monoloog van de oude rocker is grappig maar niet altijd een comedy-act. Zo maakt hij kort aanvang grappen over wereldpolitiek en zijn leven op kleine schaal, maar werkt hij toe naar een oproep om de wereld te ontdekken en een eenheid te vormen. Hij sluit triomfantelijk af en heeft het publiek vrolijk gemaakt voor een warme dag vol toffe bands.

De vorige tournee van Kate Nash had reeds een aantal haken en ogen, maar met het spandoek ‘A cunt is a useful thing’ wist ze onlangs nog Pinkpop opnieuw te choqueren. Het spandoek is vandaag verruild voor een aantal kerstballen, maar het uiterlijk van de 23-jarige is alsnog opvallend. Het mooie lange haar is geknipt en een grote pluk is geblondeerd, de wenkbrauwen zijn lekker zwart gemaakt en de lipstift zit overal. ‘Check yr lipstift’ heeft iemand op een geïmproviseerd bord geschreven, de zangeres reageert door het extra over het (bepuiste) gezicht te smeren. Door een gebroken pols kan Nash geen gitaar spelen en zijn het vooral de pianonummers die we krijgen voorgeschoteld. Het nieuwe My Best Friend Is You heeft de overhand en het uitbundige punknummer ‘I Just Love You More’ dient als afsluiter. Dit samen met vriend Ryan Jarman als gastartiest, dat is de The Cribs-zanger/gitarist die hierna het podium mag betreden.

Voor de Belgische hardcore/punkformatie Sunpower zou het eigenlijk een gewonnen thuiswedstrijd moeten zijn in The Shelter.  Het is echter voor menig bezoeker nog iets te vroeg, maar een twintigtal mensen gaat er hard op. Wel een beetje jammer dat de frontman aan moest halen dat hij een afspraak gemaakt had met een twintigtal mensen. Het wordt door de vingers gezien, want op de performance is niets op aan te merken. Enige puntje is dat de muziek teveel op elkaar lijkt en dat een punky speeltijd van twintig minuten veel meer bij deze band past.

Het festival waarborgt veel spannende nieuwkomers en zo ook Matt & Kim. Het dance-punkduo is nog onbekend met de Europese festivals, en dat zorgt voor hilarische gesprekken. ‘Ik ben al de hele dag naar piemels aan het kijken bij de pisbakken. En ik denk, wanneer ik hoog genoeg ga staan en goed ga richten, dat het mij ook gaat lukken’ laat drummer/zangeres Kim Schifino weten. De Amerikanen wisten zichzelf met Grand op de kaart te zetten en de aanstekelijke muziek werkt op het podium nog veel beter. Het tweetal heeft een spannende act die niet snel verveeld. Ze springen op hun instrumenten, maar hebben ook veel ballonnen meegenomen. Die het publiek wel zelf nog even moet opblazen. Matt & Kim is zeker voor herhaling vatbaar en neem dan ook je vrienden mee, want het mag best iets drukker.

Wij trokken de baldadige Britten uit Pulled Apart by Horses heel goed op Incubate en op cd. Gelukkig voor België trekt Pukkelpop- in tegenstelling tot Lowlands, deze band aan. De live act staat als een huis, goed geluid is anders maar wordt geheel goed gemaakt door het enthousiasme wat de band uitstraalt. Ruzie met de bassversterker en deze hardhandig fixen, check. Klimmen in de PA, check. In het publiek hangen, check.

Als Ian Curtis nog ergens rondspookt, dan moet het wel zijn bij de heren van White Lies. Ondanks een redelijk statische performance, geheel in de trand van een band die ongetwijfeld in de platenkast van de Londoners te vinden is, weet de band het publiek te roeren met de donkere klanken van hun postpunkgeluid. Frontman Harry McVeigh is goed bij stem en weet toch wel wat kippenvelmomentjes te veroorzaken. Toch is het wat raar om deze mannen met toegeknepen ogen in de zon te zien spelen, een donkere tent zou beter staan. Natuurlijk komt ‘To Lose My Life’ langs, al wat vroeg in de set echter, wat toch een prachtig nummer blijft. Qua intereactie met het publiek hoef je niet veel te verwachten, maar zo hoort het eigenlijk bij een bandje als dit. Het typische geluid is echter ook een nadeel, waardoor de bezoeker die het niet zo kan waarderen toch rap af lijkt te vallen en zijn heil zoekt bij de kraam met “Special Beers”.

Terwijl Eels voor bonkende dreunen zorgt op de achtergrond, komt Laura Marling op het podium. De haren zijn opnieuw gebleekt en ook de stoïcijnse blikken zijn uiteraard aanwezig. De schattige singer-songwriter heeft een viertal muzikant aangetrokken, waardoor ook de gaststukken van Marcus Mumford (Mumford & Sons) worden gedaan. Opvallend, want de Britse indieband is gewoonweg aanwezig op het festivalterrein. De nummers variëren van debuutplaat Alas I Cannot Swim en het recente I Speak Because I Can, waarvan ook beide titelnummers niet worden overgeslagen. De muzikanten weten voor een goede boost te zorgen, maar het viertal verlaat ook het podium halverwege. De 20-jarige vraagt vervolgens het publiek om haar te helpen, in het nummer ‘Night Terror’ moet men het refrein meefluiten. Gezellig, maar door de overlast van de omliggende podia en het vele gepraat, gaat Marling helaas niet in de boeken als een geslaagde festivalact.

Waar de vijf Amerikanen afgelopen week nog in een intieme zaal stonden te spelen, bouncen ze nu Pukkelpop kapot. Rechtstreeks uit de jaren van de nu-metal: Limp Bizkit. Aftrappend met ‘Rollin’ en ‘My Generation’ kan er niks meer fout gaan. Fred Durst legt vervolgens nog even uit wat ze hier doen. Reden nummer één: om te laten zien dat Limp Bizkit niet stopt, reden nummer twee: omdat de stoere mannen ons hebben gemist en reden nummer drie: omdat er een nieuw album aankomt. Helaas  horen we vervolgens geen voorproefje van dit mysterieuze album, maar wel ‘Take A Look Around’, ‘Behind Blue Eyes’ en ‘Break Stuff’. Ook al is de keuze om ‘Nookie’ weg te laten verrassend, en kent de set verder alleen maar hits, er ontbreekt vandaag niks. De band knalt, Fred Durst is fijn bij stem, de tienduizenden mensen die bij de Main Stage staan gaan allemaal naar de klote, en met afsluiter ‘Faith’ krijgen ongeveer driehonderd vrouwen tegelijk een orgasme wanneer zij op het podium mogen staan. Doe ons ook maar zo’n verjaardagscadeau.

Net na etenstijd en tegelijk met Foals speelt Local Natives in de Club. Dat dit een storende factor is, is geenszins waar. Er staan al vanaf zes uur mensen op de planken te wachten op het  indie/folk vijftal. Het is alsof de perfect geschoren snor van de frontman een synoniem is voor hoe strak te heren staan te spelen. Vooral de nummers van het album Gorilla Manor kunnen rekenen op veel vocale ondersteuning van het publiek. Local Natives bewijst dat snorren weer terug in de mode zijn.

Waarom Mumford & Sons in hemelsnaam niet op het hoofdpodium staan is voor u een vraag en voor mij een raadsel, want de Marquee is simpelweg niet gemaakt voor de massa die toegestroomd is. De Londoners rondom Marcus Mumford zullen er inmiddels wel aan gewend zijn dat het publiek hen aanbid. Gelukkig zijn de mannen stijlvol genoeg om dat niet te laten merken en geven de heren echt een prachtig concert. Natuurlijk zijn met name de hitjes populair en ‘Little Lion Man’ kan rekenen op meeklappen en meezingen tot ver buiten de tent. De tijdloze folkrock heeft duidelijk de juiste snaar geraakt en ondanks de een tikje schorre zang lijkt alles op zijn plek te vallen bij dit concert. Ook de nieuwe single ‘Thistle And Weeds’ komt natuurlijk langs. Wat misschien het mooiste is aan dit concert is dat duidelijk wordt waar Henry Rollins het over had op de vroege middag: alle ideeën, . Het maakt niet uit, want iedereen gaat helemaal uit zijn dak als ‘The Cave’ er tegenaan knalt. Als je om je heen kijkt zie je iedereen klappen en zingen en dat is misschien wel één van de mooiste momenten van deze editie van Pukkelpop. Het applaus dat volgt overstemt niet het moment en gevoel dat Mumford & Sons, die we over een jaar of twee misschien wel helemaal vergeten zijn, teweeg brengt.

Tegelijkertijd met The Prodigy, staat Parkway Drive in The Shelter. Het blijft verbazingwekkend hoe deze mannen de Britney Spears van de metalscene personifiëren. Deze band staat gemiddeld zo’n vijftien keer per jaar in elk land in West-Europa op de bühne, maar keer op keer is het publiek hun niet zat. Wederom spelen zij in een goedgevulde tent. Door hun drukke tourschema is het meer dan logisch dat de band strak speelt, echter is de zang van Winston niet om aan te horen. Al na het tweede nummer heeft hij geen stem meer over. Hij laat een groot gedeelte over aan het publiek en tijdens het laatste nummer geeft hij de microfoon aan tourvrienden. Erg teleurstellend is dit wel, echter kan het het publiek niet zoveel boeien. Zij reageren fenomenaal op elk nootje dat de band speelt en bewegen natuurlijk hun handjes en lichamen naar behoren bij elk te definiëren nummer. De sound van de band is namelijk erg slecht in deze tent.

The Prodigy zelf weet er een enorm feest van te maken bij het hoofdpodium. De veteranen die al 20 jaar grensverleggende electronische waanzin produceren kunnen vanzelfsprekend op een groot gevolg rekenen. Er wordt flink gebeukt voorin, maar een angstaanjagend ogende Maxim lijkt dat niet voldoende te vinden. Met hits als ‘Breathe’, ‘Firestarter’, ‘Poison’ en ‘Voodoo People’ weten de mannen er in ieder geval een spektakel van te maken en tot voorbij het hoofdpad staan mensen te zweten. Ook het nieuwere werk passeert de revue, zoals ‘Invaders Must Die’, ‘Warriors Dance’ en de meest recente single ’Take Me To The Hospital’. Maxim en Keith Flint lopen toch wat minder hard dan ze gedaan hebben, met name Keith sjokt maar wat over het podium en oogt vermoeit. Niet dat het heel erg veel effect heeft op de show, die dankzij een flink volume en een spetterende lichtshow een groot succes wordt. Een machtig gezicht is nog wel wanneer de band het publiek van voor tot achter zover krijgt om te gaan zitten tijdens ‘Smack My Bitch Up’ om vervolgens explosief op te springen. Helaas voor het publiek geen ‘Out Of Space’, hoewel daar enthousiast om geroepen wordt. Deze oudjes weten nog altijd een feestje te bouwen.

Toen het tijdschema bekend werd, vielen er een paar dingen op, waaronder het feit dat Gallows na Parkway Drive in The Shelter staat. Aparte keuze op het eerste gezicht, maar na het zien van een overweldigende show van Gallows, niks meer dan logisch. Oude feestnummers zoals ‘Abondon Ship’ en ‘In The Belly Of A Shark’ zijn haast klassiekers geworden, maar het is vooral het nieuwere werk van Grey Britain dat live overtuigt. Al moet Frank Carter zelf het podium afklimmen om het feestje wat op leuken, de gigantische circle-pit door bijna de hele The Shelter, de wall of death tot aan de geluidstafel, de menselijke piramides en al het andere dat uit de kast wordt getrokken, geeft aan waarom Gallows zo hoog op de bill staat.

Het album van the xx bespraken we al een tijdje terug en dat schijfje heeft de band geen windeieren gelegd. De in het zwart gehulde jonkies hebben namelijk een hoop festivals op de agenda staan deze zomer. Met muziek die bij de meer gewaagde artiesten van Factory Records terug te vinden was, is het toch eigenlijk een verwonderlijk iets. De band weet veel publiek te trekken, dat er vooral lekker voor gaat zitten vandaag. Dat de term shoegaze al bestaat is jammer, want zowel frontman Oliver Slim als frontvrouwe Romy Madley Croft lijken zich echt eindeloos op de punten van hun (ongetwijfeld prijzige) schoeisel te concentreren. Dat de single ‘Crystalised’ prachtig breekbaar klinkt live, zorgt er niet voor dat er opgekeken wordt. Ook andere mooie nummers als ‘VCR’ en ‘Basic Space’ zorgen voor kippenvel momenten, maar voor veel bezoekers is het ook wegdommelmuziek. Live is het eigenlijk net als de plaat, steeds maar net niet en die spanningsboog zolang vasthouden is een kunst, maar the xx heeft het aardig door.

Misschien niet verstandig om een band binnen het genre dream pop te laten spelen als Club-afsluiter. Na een lange dag feesten is een oppepper wel gewenst, maar gelukkig is dat voor Beach House geen probleem. Het tweetal kwam onlangs met Teen Dream en hoewel het alweer de derde studioplaat is, zijn ze momenteel pas echt doorgebroken. Natuurlijk kunnen gitarist/toetsenist Alex Scally en zangeres/toetsenist Victoria Legrand het live niet volledig bespelen, waardoor er een aantal extra leden zijn aangetrokken. Het programmaboekje sprak reeds over ‘omverblazen’ en de grote band zorgt voor een grote knallende afsluiter. De hype rond de twee Amerikanen blijkt geheel terecht.

De Chatteau wordt een klein beetje de X-Ray wanneer Holy Fuck er staat. De dichte tent, die het een clubshow-achtige uitstraling geeft, is ideaal voor de band. Het geluid staat hard in hoofdletters, de tent puilt uit en iedereen danst alsof het einde van zijn latijn nog lang niet in zicht is. De dansbare electronica/post-rock heeft omstandigheden, tijd en zin mee. Holy Fuck die geprogrammeerd staat voor een uur speelt twintig minuten langer dan geplant, een toegift doen ze niet aan. Overdonderend.

De tweede dag is voor veel mensen anders verlopen dan gehoopt; het is overal drukker dan normaal en sommige tenten zijn gewoonweg ontoegankelijk geworden. Ook de brandende zon, die eerder nog met veel gejuich werd ontvangen, begint veel negatieve kanten te krijgen. Bij het hoofdpodium is er overdag bijna geen schaduw te vinden en zo deed 3OH!3 het met veel publiek op schaduwplekken. Gelukkig zijn er op veel plekken waterkranen aangesloten om even te verfrissen, maar voor geschikt drinkwater ben je helaas €2,50 kwijt. Het is duidelijk dat het festival niet op het goede weer had gerekend, hoewel de security gelukkig de flessen water uiteindelijk gedoogde bij de festivalingang.

Je kunt geen reactie achterlaten.