Een zweterig dagje wordt het vandaag in Hasselt, want de zon staat toch op een aardig scherp standje. Voor degenen die zich uit hun tent hebben gerold is er weer van alles te zien vandaag, maar voor wie het niet red gaat het toch nog de hele avond door. Nog een grote vraag is natuurlijk of we er eindelijk achter gaan komen waar die grote kaarsen langs het hoofdpodium goed voor zijn op deze 25ste editie van Pukkelpop. Een feestje zal het zeker wel worden met optredens van Pendulum, Queens Of The Stone Age, Die Antwoord, Bad Religion en natuurlijk 2ManyDJ’s. Nog één dagje knallen en dan is het weer voorbij voor dit jaar dus.
Op de laatste dag is kennelijk voor menig persoon de zwaarste in de ochtend wanneer we kijken naar het aantal mensen dat aanwezig is op het terrein omstreeks elf uur. Het is deze tijd dat we de band Cymbals Eat Guitars voorgeschoteld krijgen in de Club. En de frontman is er zelf ook bewust van dat het erg vroeg is: ”Did you guys had some coffee yet?” Zelf staat hij al met een biertje op het podium. Ondanks het tijdstip houdt de indie/shoegaze-band prima stand. De muziek staat hard en hierdoor komen vooral de shoegazey ondergesneeuwde gitaren heel mooi uit de verf.
Er wordt nog onvervalste punk gemaakt en dat zullen we weten bij Against Me! in The Shelter. De band rondom Tom Gabel knalt er flink tegenaan zo vroeg op de dag met ongepolijste, rauwe punkrock uit Florida. Er is maar weinig interactie met het publiek, wat een beetje jammer is want iedereen die er nu staat komt toch echt speciaal zijn tentje uit voor deze mannen. De luchtbedden crowdsurfen vrolijk over de hekken heen en security deelt vrolijk flesjes water uit aan het publiek dat vooraan staat te zweten. Ondertussen speelt de band nummers als ‘I Was A Teenage Anarchist’ en natuurlijk het prachtige ‘Pints Of Guinness Make You Strong’. Ondanks de enthousiaste reacties van het publiek blijft de band wat zwijgzaam en op het einde van de set gaat de pet van Tom weer op en met een nonchalante zwaai vertrekt deze cowboy weer.
Over een paar uurtjes, dan zingt iedereen in de Marquee ‘Lets Go Surfing’ van The Drums. Tot die tijd kunnen de surfers hun hart ophalen met de indieband Surfer Blood uit West Palm Beach, Florida. Het album Astrocoast geniet van vele positief commentaar, vooral door de relaxed sfeer die het album heeft. Wat ze op album kunnen komt live helemaal niet tot zijn recht. Frontman John Paul Pitts haalt bij lange na de noten niet en om dit enigszins te maskeren schreeuwt hij het uit, iets wat de rustige sfeer totaal uit zijn balans haalt. Om het helemaal erg te maken staat de bass te hard.
En dan nu de zoveelste band die ook al op Groezrock stond begin dit jaar… Zagen we eerder al Young Guns, NOFX, Bad Religion, The Aggrolites tel hierbij ook nog maar Rise & Fall op. De Belgen uit Gent zijn dan weliswaar een van de grotere hardcorebands op dit moment, de show van vandaag laat veel te wensen over. Het grote podium is namelijk te groot. De interactie mist, waardoor het haast saai wordt om naar te kijken. Wel pluspunten voor de strakheid van de band, en de zang van Björn- misschien kan hij zich nu eens volledig concentreren op het zingen, en klinkt het daardoor een stuk beter? Nummers van de nieuwste plaat Our Circle Is Vicious, zijn opeens veel gelaagder, maar toch missen we ‘Forked Tongues’. Of is dit heel cliché om te zeggen?
Eugene Hutz en zijn vreemdelingenlegioen mogen in de brandende zon het podium onveilig komen maken. Mooi is dat, want hiervoor komen de mensen de schaduw wel uit om hun nek te verbranden. Bij Gogol Bordello is het altijd feest namelijk met de doorzwete gypsy punk. Gelukkig wordt er aardig wat water uitgedeeld, ondanks de hoeveelheid die door melige security verkwist wordt voor bi het podium. Het publiek staat te stuiteren op nummers als ‘Break The Spell’ en ‘Immigrandiada’. Alles werd natuurlijk van stal gehaald, violen, conga’s en natuurlijk een danseres, om er een heerlijk balkan feestje van te maken. Hutz tuttert vrolijk aan een fles rode wijn terwijl in het publiek de nodige liters transpiratievocht verdampen. Als afsluiter speelt de band de eeuwige favoriet ‘Start Wearing Purple’ en dan is het weer gedaan, uitgebreid wordt het publiek bedankt door de vrolijke bende, maar al snel verdwijnt het achtkoppige monster van het podium.
De volgende band zorgt voor het hoogste dreadsgehalte op Pukkelpop:Ill Niño. En ze laten meteen zier waarom: met die slierten kun je lekker headbangen op nu-metal muziek met extra trommels. Dat de zanger hierbij slecht zingt, neem je dan vervolgens voorlief, want door al dat gesuis in je oren hoor je het verschil toch niet. Gelukkig mag je ook nog eens af en toe springen, hard meezingen en lekker pitten. Onbeschamend, heerlijk, alleen maar klassiekers van ‘This Is War’ tot en met ‘Liar’. Nee, fans hebben niks te klagen op dit moment, maar de neutrale toeschouwer pakt nog even wat rust of extra alcohol.
Eigenlijk zegt de omschrijving in het programmaboekje dit jaar alles wat over Au Revoir Simone gezegd moet worden: drie lekkere wijven met keyboards, want dat is simpelweg wat het is. Er hangt een relaxt sfeertje in Club en er wordt ook wat gedanst, maar verder stelt het allemaal niet zoveel voor. Tja, natuurlijk is de muziek schattig en vrolijk, maar dat is natuurlijk niet altijd voldoende. De cover van ‘Boys Of Summer’ weet alle oren nog even richting het podium te krijgen, want eigenlijk zit het meerendeel van de tent maar wat te kletsen, roken of te drinken. Dan mogen de handtasjes weer opgepakt worden en van het podium gehuppeld worden, waar dan ook de hellft van de tent niks van lijkt te merken.
Vol, druk, chaotisch, bijna gevaarlijk, warm, bezopen, moe. Dat is ongeveer de sfeerbeschrijving rondom, en in de Dance Hall wanneer Pendulum op het punt staat van beginnen. Er is geen mogelijkheid om dichterbij het podium te komen, waar de zwetende en stoom afslaande mensen al staan te dansen. En daar zijn ze dan uiteindelijk, wel iets later dan gepland, en met een toch wel redelijk lang durende intro, maar de vijf Britten staan er. De dansvloer deukt meteen op en neer, en stil staan is niet langer een optie. Het nieuwe Immersion album wordt maar matig aangedaan, maar niemand die hierover zeurt. Het zijn natuurlijk vooral ‘Propane Nightmares’, ‘Slam’, ‘Showdown’ en ‘Voodoo People’ die voor het feest zorgen. Na een vol uur is iedereen uitgeteld, en is er in de Dance Hall geen plek meer voor een andere act. Pendulum was dus de afsluiter, en dit deed zoals het moest.
De harde dreunen van de drum ‘n bassers doet helaas Jónsi niet veel goed. De intieme sfeer wordt namelijk regelmatig verpest door de Aussies. En dat terwijl de IJslander al zoveel heeft moeten aanpassen voor de zomerfestivals. De Sigur Rós-frontman heeft normaliteit een enorm decor opgebouwd, wat een belangrijk onderdeel is van zijn live-optredens, vandaag is daar echt weinig van over. De krachtige (soms enorm progressieve) nummers worden namelijk enkel gebracht voor een grote projectie. Het is jammer voor de bezoekers die hem eerder zagen en weten dat het zoveel mooier kan, maar misschien is men te verwend geworden. Het singeltjes ‘Go Do’ wordt uitbundig ontvangen, maar het echte pareltje zit verstopt op het einde. Het gehele optreden is opgebouwd om te kunnen eindigen met ‘Grow Till Tall’. Het nummer begint rustig en bijna a capella, maar eindigt in een enorme storm aan muziek en gezang. De 35-jarige frontman eindigt met een indianentooi en laat het publiek geschrokken achter. Geweldig.
In The Shelter staan nog een paar bejaarden die ook wat te melden hebben, namelijk Bad Religion, die hun dertigjarige bestaan vieren. Ondanks dat Greg Graffin, het enige continue bandlid in al die jaren, inmiddels meer op een politicus lijkt met zijn verlegde haargrens, weet de band toch een hoop te vertellen en vooral flink geluid te maken. Onderweg naar de tent hoor je al diverse mensen de intro van ‘Generator’ zingen. Natuurlijk speelt de band ook ‘Los Angeles Is Burning’, ‘I Want To Conquer The World’ en ‘Sorrow’ en vele andere klassiekers die door het eveneens wat oudere publiek uit volle borst meegezongen worden. Veel mensen wagen zich nog aan een potje crowdsurfen. Genieten is het nog met ’21st Century Digital Boy’ en natuurlijk ‘Generator’ zelf. Deze mannen zijn een waardige afsluiter voor dit podium, hopelijk gaan ze nog een dertig jaar mee.
De festivals in België zijn bijna alleen vierdaags (Dour Festival, Rock Werchter) en het is afwachten of Pukkelpop ook ooit zal doorgroeien. De 25e editie heeft bewezen te kunnen uitverkopen en veel kwaliteit te kunnen bieden, maar helaas is het veel kiezen tussen goede acts. De kwaliteit meer verspreiden over vier dagen zou zeker geen slechte keuze zijn. Ook omdat de vooravond eigenlijk al een beetje Pukkelpop is, met veel campinggangers en een feestende dance-area. Wie weet kunnen we voortaan nog langer genieten van dit prachtige festival in Hasselt.



















Je kunt geen reactie achterlaten.