Rond de milleniumwisseling was nu-metal op z’n hoogtepunt. Dit was vooral te danken aan Limp Bizkit, met het uitbrengen van Significant Other in 1999 en Chocolate Starfish and the Hot Dog Flavored Water in 2000. Van deze twee platen komen in z’n totaliteit negen succesvolle singles. In 2001 stapte gitarist Wes uit de band en in 2005 ging de band uit elkaar, om drie jaar later weer bij elkaar te komen. Halverwege augustus was daar in de Eindhovense Effenaar de eerste Nederlandse show sinds tijden, gisteravond stonden ze in een bomvolle Heineken Music Hall. In tegenstelling tot de vorige show is er vanavond wel een opwarmer: The Blackout.
Daar staan ze dan, zes jochies uit Wales. Althans, zo klinken ze. Het enthousiasme druipt er vanaf, en tussen elk nummer moet worden gezegd dat The Blackout in het voorprogramma staat van Limp ‘Fucking’ Bizkit, waarna veel tromgeroffel en geschreeuw volgt. De band zelf speelt echter niet zo strak, vooral de twee zangers moeten het meer hebben van hun moves dan van hun zangkunsten. Enfin, zij maken een party, en met de toepasselijke cover van The Beastie Boys heeft iedereen het recht om te feesten vanavond. The Blackout warmt op, en doet dit zoals het hoort, want iedereen heeft nu nog meer zin in Limp ‘Fucking’ Bizkit.
In de zaal staan vooral veel twintigers en dertigers, maar ook een aantal papa’s die hun broekies hebben meegenomen. Zelfs de vrouwtjes zijn mee en allemaal juichen ze het uit als de lichten uitgaan. Allemaal hebben ze de missie om even nergens aan te denken en te genieten van jeugdsentiment wat Limp Bizkit heet. Het vijftal knalt erin met ‘Hot Dog’, om bij en ‘My Generation’ direct al het publiek te bespelen door het “Do You Think We Can Fly?” gedeelte uit te stellen. Frontman Fred Durst noemt het publiek na deze twee tracks al beter dan wat ze voor hun kiezen hadden gekregen in Eindhoven.
Fred voelt zich op z’n gemak en praat honderduit tussen de nummers door. De band werkt zich te gehaast door hitsingle ‘Rollin’’, maar laat het publiek ouderwets springen tijdens ‘My Way’ en ‘Break Stuff’. Laatstgenoemde inclusief een crowdsurfende Fred Durst. De eerste cover van de avond is The Who’s ‘Behind Blue Eyes’, echter voelt deze door de geloopte akoestische gitaar samples van DJ Lethal behoorlijk goedkoop aan.
De band is bezig met een nieuwe full length, die Gold Cobra moet gaan heten, maar snapt het toegestroomde publiek. Geen geneuzel met nieuwe tracks die nog niet klaar zijn, maar lekker knallen met de oude nummers van een decennium terug. Alhoewel, aan het einde van de reguliere set volgt met ‘Walking Away’ toch nog een nieuwe track. “Walking away from you right now”, aldus Fred Durst.
Het vijftal liet tussen de nummers door genoeg gaten vallen en hoewel ze vakkundig door DJ Lethal opgeleukt werden, voelden ze te lang aan. Een uitgelezen kans voor het publiek om een “Fucking Heinie” te halen en voor de band om even tot rust te komen. Gitarist Wes Borland zorgt in z’n eentje voor een muur aan gitaargeluid en de ritmesectie, bestaande uit bassist Sam Rivers en z’n drummende neef John Otto, dreunen werkelijk door het hele lichaam van de bezoeker.
‘Eat You Alive’ is de opener van de toegift, eentje waar alle registers nog maar eens worden opengetrokken. Van de om zich heen slaande massa tijdens ‘Take A Look Around’, via een prima uitgevoerde versie van Coldplay’s ‘Yellow’ tot oude hit ‘Nookie’. Als toetje volgt een sample van Beverly Hills Cop, waarna de band afsluit met George Micheals ‘Faith’. Deze show is meer dan een simpele cash’n grab: het geluid stond als een huis en de band weet anderhalf uur lang ruim vijfduizend man mee te krijgen. Springend, beukend, schreeuwend en zelfs op hun hurken zittend hebben de bezoekers meer dan genoten van een prima feestje. Missie geslaagd.



















